Vakmanschap vs Meesterschap

Vakmanschap vs Meesterschap

De toepassing van het eeuwenoude principe van “Riai” in het moderne Aikido. (Door Marc Jongsten).

Masterclass olv Bernard Palmier Shihan 7de dan Aikikai.

In het weekend van 8 en 9 september werd in de dojo van Aikido Centrum Leiden wederom de jaarlijkse Masterclass gegeven door Bernard Palmier Shihan, 7de dan Aikikai. Sinds drie jaar komt deze bijzondere Aikidodocent naar ons land om een bijscholing te verzorgen voor de bestaande leraren van de Aikido Bond Nederland en voor mensen die overwegen om die lerarenopleiding te gaan volgen.
Waarom een bijscholing? De opleiding van de ABN staat inmiddels al op een zeer hoog niveau en levert jaarlijkse een mooi aantal gediplomeerde leraren af.
De reden voor deze bijscholing moet dan ook niet gezocht worden in de basis die je als docent nodig hebt om een les te verzorgen, maar in de verdieping van het vak van Aikidodocent. Verdieping, het is een woord dat heel vaak gebruikt wordt en wat op zich een hele aangename associatie heeft, maar wat betekent dit nu eigenlijk voor het lesgeven in de krijgskunst Aikido?

Wanneer je wat vaker op een stage bent geweest waarbij meerdere stijlen met hun leraren vertegenwoordigd zijn, dan heb je kunnen zien dat vrijwel elke leraar wel in staat is om de technische basisuitleg te geven behorende bij de technieken uit het curriculum, dus kun je vaststellen dat er een goede mate van “vakmanschap” aanwezig is, onder andere als resultaat van deze goed functionerende opleiding.
Echter, deze manier van lesgeven blijft in veel gevallen beperkt tot het corrigeren van de benodigde choreografische handelingen t.w. handje zus en voetje zo…. Op zichzelf natuurlijk belangrijk om een min of meer werkbare technische basis te bewerkstelligen bij de Aikidoleerlingen, maar op den duur niet voldoende om te leiden tot een dieper begrip en meer inzicht in het Aikido als geheel. Tevens heeft deze benadering het gevaar in zich, dat men de vormen zoals deze worden aangeboden gaat zien als “absoluut bestaand” met een min of meer vaste vorm. Hierdoor zal men snel geneigd zijn om deze vormen onder alle omstandigheden op die manier te kopiëren zonder zich af te vragen hoe de vormen nu daadwerkelijk tot stand komen.
Dit doen van de vorm om wille van de vorm zal de beoefenaar echter geen antwoorden verschaffen ten aanzien van de samenhang tussen de verschillende technieken, zoals deze deel uitmaken van het totale Aikido systeem. Het begrijpen van de wisselwerking tussen Uke en Tori is hierbij van groot belang. Deze is namelijk niet vrijblijvend, maar onderhevig aan een geheel eigen interne logica.
Het zien van deze samenhang is van doorslaggevend belang, omdat hetgeen we zoeken bij verdieping hierin besloten ligt. Namelijk de aanwezigheid van onderliggende principes. De aanwezigheid van deze principes zorgt er namelijk voor dat het Aikido gezien kan worden als een coherent systeem van elementen (technieken, handelingen en overtuigingen) dat ons in staat stelt om te streven naar een gemeenschappelijk perspectief (artikel “The Riai, Bernard Palmier). Een perspectief wat we in de filosofische context van het Aikido op diverse manieren kunnen omschrijven, – vredeskunst, weg van de harmonie etc. – waarin we onszelf als beoefenaars gemeenschappelijk kunnen terugvinden.

Om dit gemeenschappelijk perspectief te bewerkstelligen moeten we als beoefenaars bereid zijn op zoek te gaan naar de verbindende principes tussen de technieken om deze vervolgens nader te bestuderen.

Bernard Palmier Shihan is bij dit streven voor ons de juiste gids gebleken. Al gedurende drie jaar bewijst hij over ver ontwikkelde inzichten te beschikken om dit proces bij onszelf en onze leerlingen in gang te zetten (artikel The Riai, Bernard Palmier).
Elke keer weer verrast hij de aanwezigen met verhelderende oefeningen en een steekhoudende uitleg, waardoor de achterliggende principes zichtbaar worden gemaakt en deze nader bestudeerd kunnen worden.
Waar vorig jaar het principe van “verticaliteit” werd geanalyseerd, was het dit jaar de beurt aan het principe van het controleren van de as van Uke door middel van het markeren van een of meerdere punten. Na grondige bestudering gedurende het weekend bleek dit principe in elke techniek terug te vinden en dus van groot belang bij het leren begrijpen van Aikido als geheel.

Deze keer werd het programma van het weekend uitgebreid met de participatie van Wilko Vriesman Shihan, 6de dan, TD van de DAF. Wilko wist inhoudelijk feilloos aan te sluiten bij de door Bernard aangeboden lesstof en verzorgde op zijn geheel eigen wijze een complementaire ervaring, die daarna weer aangevuld werd door Bernard. Door de inspirerende wisselwerking tussen deze leraren ontstond een hele leerzame en verrijkende ervaring voor alle aanwezigen.
Door deze methode van verdieping in de toekomst te blijven toepassen zullen we in staat zijn om het reeds aanwezige vakmanschap van de docenten te laten doorgroeien tot een bepaalde mate van meesterschap en op deze manier het niveau van ons eigen Aikido en die van onze leerlingen te verdiepen. Een voorwaarde hiervoor is wel dat we als leraren binnen de Aikido Bond Nederland onszelf aan dit proces verbinden en ons steentje gaan bijdragen.

Door deze manier van verdieping in het Aikido, zullen mensen langer geboeid kunnen blijven tijdens hun (levenslange) Aikidobeoefening en zullen we als docent in staat zijn meer mensen voor het Aikido te interesseren en deze interesse te belonen met een daadwerkelijke verrijking van het leven van de beoefenaars. Deze verrijking zal er m.i. namelijk ook voor zorgen dat het voor mensen makkelijker wordt om de principes uit het Aikido mee te nemen naar hun dagelijks leven.

Marc Jongsten, 6de dan Aikikai

Dojohouder Aikido Centrum Leiden

www.aikidoleiden.nl